Moeten we toegangsrechten aanpassen voor Copilot?

Leon Bovendeur ·
Messing sleutel in half-open serverrack met geordende kabelsbundels en knipperende indicatielampjes, symboliseert beveiligde toegang tot IT-infrastructuur.

Ja, je moet toegangsrechten aanpassen voordat je Copilot implementeert. Copilot werkt met de rechten van de aangemelde gebruiker en heeft daardoor toegang tot alle bestanden, e-mails en SharePoint-sites die die gebruiker ook kan bereiken. Als bestaande rechten te ruim zijn ingesteld, vergroot Copilot dat probleem direct. De secties hieronder behandelen de meest gestelde vragen over toegangsbeheer en Copilot.

Wat doet Copilot precies met bestaande toegangsrechten?

Copilot gebruikt de toegangsrechten van de ingelogde gebruiker als uitgangspunt voor alles wat het doet. Het haalt informatie op uit bestanden, e-mails, chats en SharePoint-sites waartoe die gebruiker toegang heeft. Copilot maakt geen nieuwe verbindingen en omzeilt geen beveiliging, maar het versnelt en vergroot de reikwijdte van wat een gebruiker al kon bereiken.

In de praktijk betekent dit het volgende: stel dat een medewerker jarenlang leesrechten heeft gehad op een gedeelde map met personeelsgegevens, maar die map nooit actief heeft doorzocht. Met Copilot kan diezelfde medewerker in een paar seconden vragen stellen over de inhoud van die map en bruikbare samenvattingen krijgen. De rechten waren er al, maar Copilot maakt ze effectief zichtbaar en bruikbaar op een manier die voorheen praktisch niet mogelijk was.

Dit is geen beveiligingslek in Copilot zelf. Het is een versterking van bestaande rechten. Rechten die slordig zijn ingericht, worden daardoor een groter risico dan ze voorheen leken.

Welke gegevens kan Copilot onbedoeld blootleggen?

Copilot kan onbedoeld toegang geven tot alle gegevens waartoe een gebruiker formeel bevoegd is, maar die in de praktijk buiten zijn of haar werkterrein vallen. Denk aan personeelsdossiers, financiële rapportages, vertrouwelijke projectdocumentatie of klantgegevens die op een breed toegankelijke SharePoint-site staan.

De meest voorkomende risicovolle situaties zijn:

  • Verouderde rechten: medewerkers die na een functiewijziging nog steeds toegang hebben tot hun vorige werkomgeving
  • Brede SharePoint-rechten: sites of bibliotheken die voor de hele organisatie toegankelijk zijn, inclusief gevoelige documenten
  • Gedeelde mailboxen: functionele mailboxen waarop meerdere medewerkers rechten hebben, met daarin vertrouwelijke correspondentie
  • Onbeheerde Teams-kanalen: kanalen waar gasten of ex-medewerkers nog actief lid van zijn
  • Bestanden zonder gevoeligheidslabels: documenten die niet zijn geclassificeerd en daardoor buiten het zicht van beveiligingsbeleid vallen

Het gaat niet om kwaadwillende gebruikers. Een medewerker die in goed vertrouwen een vraag stelt aan Copilot kan antwoorden krijgen die informatie bevatten die hij of zij normaal nooit zou hebben opgezocht. Dat is precies waarom een veilige inrichting van de Microsoft 365-omgeving vooraf zo belangrijk is.

Wat is het least privilege-principe en waarom geldt het voor Copilot?

Het least privilege-principe houdt in dat elke gebruiker alleen toegang krijgt tot de gegevens en systemen die hij of zij nodig heeft voor de eigen werkzaamheden, en niet meer dan dat. Voor Copilot is dit principe direct relevant omdat Copilot precies zo ver reikt als de rechten van de gebruiker toestaan.

In een omgeving waar rechten ruim zijn ingesteld, functioneert Copilot als een krachtige zoekmachine over alle bereikbare data. In een omgeving die is ingericht volgens het least privilege-principe, blijft Copilot beperkt tot de informatie die voor die gebruiker ook daadwerkelijk relevant en toelaatbaar is.

Het principe is niet nieuw, maar de komst van AI maakt het toepassen ervan urgenter. Voorheen kostte het een medewerker tijd en moeite om door grote hoeveelheden bestanden te zoeken. Copilot neemt die drempel weg. Daarmee neemt ook het risico toe als rechten niet zijn bijgehouden. Least privilege is in die zin geen technische luxe, maar een basisvereiste voor verantwoord Copilot-gebruik.

Hoe breng je in kaart welke toegangsrechten aangepast moeten worden?

Je brengt toegangsrechten in kaart door een gestructureerde audit uit te voeren van je Microsoft 365-omgeving. Begin met het inventariseren van wie toegang heeft tot welke SharePoint-sites, Teams-kanalen, gedeelde mailboxen en OneDrive-mappen. Vergelijk die rechten vervolgens met de huidige functie en taken van elke medewerker.

Een praktische aanpak in stappen:

  1. Export van huidige rechten: gebruik de beheertools binnen Microsoft 365 om een overzicht te genereren van alle toegewezen rechten per gebruiker en per resource
  2. Vergelijk met actuele functies: controleer of de rechten nog overeenkomen met de huidige rol van de medewerker
  3. Identificeer verouderde rechten: zoek naar accounts van vertrokken medewerkers, tijdelijke projectrechten die nooit zijn ingetrokken en bredere groepsrechten dan nodig
  4. Beoordeel gevoelige locaties: breng in kaart welke SharePoint-sites of mappen vertrouwelijke informatie bevatten en wie daar nu toegang toe heeft
  5. Stel prioriteiten: begin met de locaties die het meest gevoelige materiaal bevatten en de grootste gebruikersgroepen

Microsoft biedt binnen de Entra-beheeromgeving rapportagemogelijkheden die dit proces ondersteunen. Role-Based Access Control (RBAC) helpt daarna om rechten gestructureerd en beheersbaar te houden, zodat toekomstige wijzigingen minder handmatig werk vragen.

Welke concrete aanpassingen verlagen het risico bij Copilot-gebruik?

De meest effectieve aanpassingen zijn het intrekken van onnodige rechten, het toepassen van gevoeligheidslabels op documenten en het beperken van brede toegang tot SharePoint-sites. Samen zorgen deze maatregelen ervoor dat Copilot alleen werkt met informatie die voor de betreffende gebruiker ook bedoeld is.

Concrete stappen die het risico verlagen:

  • Verwijder verouderde toegangsrechten van medewerkers die van functie zijn gewisseld of de organisatie hebben verlaten
  • Beperk brede SharePoint-rechten door sites en bibliotheken alleen toegankelijk te maken voor de teams die er daadwerkelijk mee werken
  • Pas Microsoft Purview-gevoeligheidslabels toe op vertrouwelijke documenten, zodat Copilot rekening houdt met de classificatie bij het verwerken van informatie
  • Controleer externe gastaccounts in Teams en SharePoint en verwijder toegang die niet langer nodig is
  • Stel een duidelijk beleid op over wat medewerkers wel en niet met Copilot mogen doen, en maak dit kenbaar in de organisatie
  • Activeer auditlogboeken zodat je inzicht hebt in welke gegevens via Copilot worden bevraagd

Naast technische aanpassingen is bewustwording bij medewerkers een even belangrijke maatregel. Medewerkers die begrijpen hoe Copilot werkt en wat de grenzen zijn, maken bewustere keuzes in hun gebruik.

Wanneer is professionele hulp bij toegangsbeheer verstandig?

Professionele hulp bij toegangsbeheer is verstandig zodra de omvang of complexiteit van de Microsoft 365-omgeving groter is dan wat intern beheerbaar is, of wanneer een Copilot-implementatie gepland staat en de huidige rechtenstructuur nooit systematisch is doorgelicht. Voor de meeste organisaties in het MKB is dit het geval.

Interne IT-medewerkers hebben vaak onvoldoende tijd of specifieke kennis om een volledige rechtenaudit uit te voeren, gevoeligheidslabels in te richten en tegelijkertijd de dagelijkse beheerswerkzaamheden voort te zetten. Een externe partij brengt structuur, tooling en ervaring mee die dit traject aanzienlijk versnelt en betrouwbaarder maakt.

Signalen dat externe ondersteuning nuttig is:

  • Rechten zijn de afgelopen jaren niet systematisch gecontroleerd of opgeruimd
  • Er is geen duidelijk overzicht van wie toegang heeft tot welke gevoelige locaties
  • Copilot wordt binnenkort uitgerold en de Microsoft 365-omgeving is nog niet beoordeeld op beveiligingsrisico’s
  • Er zijn medewerkers vertrokken zonder dat hun rechten zijn ingetrokken
  • De organisatie werkt met persoonsgegevens of vertrouwelijke klantinformatie die extra bescherming vereist

Hoe IC-Automatisering helpt met het veilig implementeren van Copilot

IC-Automatisering begeleidt organisaties in Zuidwest-Nederland bij het veilig en verantwoord inzetten van Microsoft Copilot. We starten altijd met een inventarisatie van de huidige Microsoft 365-omgeving, inclusief een beoordeling van gebruikers- en toegangsrechten. Op basis daarvan adviseren we welke aanpassingen nodig zijn voordat Copilot wordt uitgerold.

Wat we daarbij doen:

  • Audit van bestaande toegangsrechten in SharePoint, Teams en Exchange
  • Advies over en inrichting van Role-Based Access Control (RBAC)
  • Toepassen van gevoeligheidslabels en beveiligingsbeleid via Microsoft Purview
  • Begeleiding bij de adoptie van Copilot, inclusief trainingen en workshops voor medewerkers
  • Doorlopend beheer en monitoring van de Microsoft 365-omgeving na implementatie

We zorgen ervoor dat Copilot niet alleen werkt, maar ook veilig werkt. Medewerkers krijgen toegang tot AI die hen echt helpt, zonder dat gevoelige informatie onbedoeld zichtbaar wordt. Wil je weten wat er in jouw omgeving aangepast moet worden voordat je Copilot implementeert? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

Frequently Asked Questions

Kan ik Copilot eerst uitrollen en daarna pas de toegangsrechten aanpassen?

Dit wordt sterk afgeraden. Zodra Copilot actief is, kunnen gebruikers direct informatie opvragen uit alle bronnen waartoe ze toegang hebben. Als de rechtenstructuur op dat moment niet op orde is, loop je direct risico op onbedoelde blootstelling van gevoelige gegevens. De juiste volgorde is altijd: eerst de omgeving beveiligen, dan Copilot uitrollen.

Hoe lang duurt een toegangsrechtenaudit gemiddeld voor een MKB-organisatie?

De doorlooptijd hangt af van de omvang en complexiteit van de Microsoft 365-omgeving, maar voor een gemiddeld MKB-bedrijf moet je rekenen op twee tot zes weken. Een omgeving die al jaren niet systematisch is opgeschoond, vraagt meer tijd dan een relatief overzichtelijke en goed gedocumenteerde omgeving. Met de juiste tooling en een externe specialist kan dit proces aanzienlijk worden versneld.

Wat zijn gevoeligheidslabels precies en hoe werken ze samen met Copilot?

Gevoeligheidslabels zijn classificaties die je via Microsoft Purview toewijst aan documenten, e-mails en andere bestanden, zoals ‘Vertrouwelijk’ of ‘Intern gebruik’. Copilot houdt rekening met deze labels bij het verwerken en samenvatten van informatie, wat betekent dat strenger geclassificeerde documenten extra beschermd blijven. Het toepassen van gevoeligheidslabels is daarmee een van de meest directe manieren om Copilot veiliger te maken.

Wat moet ik doen als een medewerker via Copilot onbedoeld toegang heeft gekregen tot gevoelige informatie?

Controleer als eerste via de auditlogboeken in Microsoft 365 welke gegevens zijn ingezien of bevraagd en door wie. Trek daarna direct de onjuiste toegangsrechten in en beoordeel of de situatie meldingsplichtig is in het kader van de AVG. Gebruik het incident als aanleiding om de volledige rechtenstructuur opnieuw te beoordelen en stel duidelijkere gebruiksrichtlijnen op voor Copilot binnen de organisatie.

Geldt het least privilege-principe ook voor beheerders en IT-medewerkers?

Ja, zeker. Beheerders hebben vaak ruime rechten die functioneel noodzakelijk zijn, maar ook zij mogen alleen toegang hebben tot wat strikt noodzakelijk is voor hun taken. Voor Copilot-gebruik door beheerders is het verstandig om beheerdersaccounts te scheiden van dagelijkse gebruikersaccounts, zodat Copilot niet standaard draait met verhoogde bevoegdheden. Dit beperkt het risico aanzienlijk als een beheerdersaccount onverhoopt wordt misbruikt.

Hoe zorg ik ervoor dat nieuwe medewerkers direct de juiste rechten krijgen en niet te ruime toegang?

Implementeer een gestandaardiseerd onboardingproces op basis van Role-Based Access Control (RBAC), waarbij elke functie een vooraf bepaald rechtenprofiel heeft. Zo krijgt een nieuwe medewerker automatisch alleen toegang tot de systemen en locaties die bij zijn of haar rol horen. Koppel dit proces ook aan offboarding, zodat rechten bij vertrek direct en volledig worden ingetrokken.

Zijn er Microsoft-tools die helpen bij het continu monitoren van toegangsrechten na de initiële audit?

Ja, Microsoft biedt meerdere ingebouwde tools voor doorlopend toegangsbeheer. Microsoft Entra ID (voorheen Azure AD) biedt Access Reviews waarmee je periodiek automatisch controleert of bestaande rechten nog actueel zijn. Daarnaast geeft Microsoft Purview Compliance Portal inzicht in gevoelige data en wie daar toegang toe heeft. Samen bieden deze tools een solide basis voor structureel en beheersbaar rechtenbeheer na de eerste opschoonronde.

Related Articles

Welkom bij IC-automatisering

Per 01-01-2026 is Netgroep volledig geïntegreerd in IC-Automatisering, vandaar dat u op de website van IC-Automatisering terecht gekomen bent. De contactgegevens die u gebruikte om ons te bereiken veranderen niet, en onze fysieke locatie in de Van Nelle Fabriek verandert ook niet. 

Mocht u vragen hebben, of deze informatie willen verifiëren, neem dan contact met ons op via 010 820 9820.